21 gram (Karen de Boer)

Woorden hebben gewicht, in poëzie nog nadrukkelijker dan in andere teksten. Sommige woorden zijn zo licht dat je ze heel voorzichtig moet lezen en ze beter kan fluisteren dan hardop uit te spreken. Herman Gorters ‘Zie je ik hou van je, / ik vin je zoo lief en zoo licht – / je oogen zijn zoo vol licht, / ik hou van je, ik hou van je.’ dreigt bij stille lezing van het papier te verdampen. 

Andere woorden zijn loodzwaar, zoals het slot van Elssots toch al grimmige gedicht Het huwelijk (De kindren werden groot / en zagen dat de man dien zij hun vader heetten, / bewegingsloos en zwijgend bij het vuur gezeten, / een godvergeten en vervaarlijke’ aanblik bood.)

Het gedicht 21 gram uit de bundel Schietspoel (2024, Poëziefonds Open; zie hier voor een recensie in Meander) van Karen de Boer gaat over het gewicht van woorden en van de ziel; een gedicht over de massa van het fysieke en het etherische. 

21 gram

Mijn brief weegt 21 gram 
vertelt mijn brievenweger 
dus moeten er twee zegels op.

Zoveel lichter waren de patiënten 
die dr. Duncan McDougall 
meer dan een eeuw geleden 
vlak na hun overlijden woog.
Het vermeende gewicht van de ziel. 

Dat 21 gram kan vliegen 
bewijzen de vink, als hij volwassen is,
het roodborstje, in winterkleed,
en meer dan vijftig vlinders samen 
zolang ze nog niet uitgestorven zijn.

Als ik mijn vaak gewikte en gewogen 
woorden laat landen in de brievenbus 
veranderen ze van gewicht. 

De spreker in het gedicht toont zich in de eerste regels als een nauwgezet persoon, niet iemand die buiten de lijntjes kleurt. Vermoedelijk is zij een frequent brievenschrijver. Ze beschikt over een eigen brievenweger, en gebruikt die in geval van twijfel. De brief weegt net iets meer dan de grens van 20 gram, en dus, constateert ze met een opluchting waarin de liefde voor ordening moeiteloos triomfeert over de pijn van hogere kosten: twee postzegels. Een brief van drie A4’tjes, vermoed ik, maar de spreker lijkt me iemand die ook over luchtpostpapier en luxe, zwaar geschept papier beschikt, dus het kunnen er zowel meer of minder zijn.

Nu de frankering op orde is, realiseert de spreker zich iets anders: de brief weegt evenveel als het gewicht dat dr. Duncan MacDougall toeschreef aan de menselijke ziel. De foutieve spelling ‘McDougall’ is een tache de beauté op het gedicht, waarin alles voor het overige zo nauwgezet geformuleerd en gemeten wordt.

MacDougall probeerde in 1901 als arts in Massachusetts het gewicht van de menselijke ziel te bepalen. Het is mij niet bekend waar zijn hypothese vandaan kwam dat de ziel, waarvan het onstoffelijke karakter een wezenskenmerk is, massa heeft. Er is voor zover ik weet geen filosofische of religieuze traditie van die mogelijkheid. Noch de oud-Griekse filosofen, noch de christelijke traditie dichtten de ziel een massa toe. MacDougall was er echter van overtuigd dat de ziel niet alleen een massa heeft, maar dat hij die ook kon vaststellen.

Daartoe had hij een zestal patiënten die op sterven lagen met bed en al op een weegschaal geplaatst, zodat hij op moment waarop de dood intrad kon meten hoeveel de massa van het lichaam afnam op het moment dat de ziel het lichaam verliet. Het experiment leidde tot de gepopulariseerde conclusie, o.a. in de film 21 Grams, dat de menselijke ziel 21 gram weegt. Honden bleken volgens een vergelijkbaar experiment geen ziel te hebben. Dit conform de verwachtingen van MacDougall – en, eeuwen voor hem, Descartes, die dieren als mechanische, zielloze automata beschouwde.

In systematisch opzicht was het experiment gemankeerd. Het kleine aantal gewogen stervenden werpt een statistische schaduw over de conclusies. Bovendien wisselden de resultaten nogal per geval: het gewicht na sterven schommelde bij sommige doden en er was uiteindelijk slechts één persoon aan wie het gewichtsverlies van 21 gram werd toegeschreven. 

Dat de massa van 21 gram desondanks universele geldigheid werd toegedicht, alsof de ziel een elementair deeltje is, druist in tegen mijn intuïtie. Net zoals woorden een verschillend gewicht hebben, zou ik denken dat in overdrachtelijke zin de zielsmassa nogal varieert van persoon tot persoon. Sommigen zwaarmoedig, sommigen lichtvoetig, de ene ziel is de andere niet. Gelukkig brengt de spreker in het gedicht, zorgvuldig als steeds, een voorbehoud wanneer ze schrijft over het vermeende gewicht van de ziel. 

Dat 21 gram kan vliegen 
bewijzen de vink, als hij volwassen is,
het roodborstje, in winterkleed,
en meer dan vijftig vlinders samen 
zolang ze nog niet uitgestorven zijn.

Opnieuw: zorgvuldig tot in de puntjes. Elke strofe bevat een keurig afgebakende boodschap. In deze wordt empirisch bewijsmateriaal aangevoerd voor de hypothese dat objecten van 21 gram kunnen vliegen. Laten we dat eerst maar eens onderzoeken, lijkt de dichter met gezonde scepsis die de goede wetenschapper eigen is te willen zeggen, voordat we over de ziel beginnen. 

Maar: er zijn inderdaad voorbeelden die de hypothese ondersteunen. Neem de vink — op voorwaarde dat die volwassen is (anders weegt die minder dan 21 gram? En als ze nat uit het ei kruipen zullen ze ook nog niet kunnen vliegen). Een roodborstje weegt door vetopbouw een paar gram meer in de winter dan in de zomer – ook hier dus belangrijk om precies te zijn. Vijftig vlinders wegen bij elkaar ook ongeveer 21 gram, afhankelijk van het soort, ik heb het nagezocht. En het is helemaal waar: ze kunnen vliegen, maar wel op voorwaarde dat ze nog niet uitgestorven zijn, want anders lukt het ze niet.

Dat laatste werkt op de lachspieren, maar nog grappiger is dat waar MacDougall met slordige metingen niets minder dan het bestaan van de ziel wil bewijzen, in het gedicht een eerste, minuscuul stapje zet door aan te tonen dat dingen van 21 gram überhaupt kunnen vliegen. Zó bedrijf je wetenschap, is hier de boodschap: niet grote-stappen-snel-thuis, maar met hele kleine, zorgvuldige stapjes.

Als ik mijn vaak gewikte en gewogen 
woorden laat landen in de brievenbus 
veranderen ze van gewicht. 

De laatste strofe zweeft tussen het letterlijke en het figuurlijke in. De woorden worden in overdrachtelijke zin gewikt en gewogen, dat wil zeggen, zorgvuldig gekozen. Maar tegelijk is de suggestie dat als de ziel een werkelijk gewicht kan hebben, dan ook voor woorden geldt.

De Boer schrijft hier als dichter, maar is daarnaast ambtenaar. Hoewel in Nederland weliswaar een weinig voorkomende combinatie, maar toch ook een voor de hand liggende: ambtenaren zijn er zeer geoefend in taal naar hun hand te zetten. Ze zijn geoefend om met grote precisie overwegingen op papier te zetten, en daarnaast om woorden zo te kiezen dat bewindspersonen van verschillende politieke kleur zich erin kunnen herkennen – ik schreef daar eerder dit gedicht over. 

Het ambtelijke schuiven met taal kan bevreemdend zijn, tegelijk verwacht men van de overheid dat zij haar afwegingen weloverwogen en goed gemotiveerd maakt. Dat kán alleen maar door zorgvuldig te zijn met taal, door woorden ‘te wikken en te wegen’. Als ambtenaar zal de dichter er ook in haar werk goed van doordrongen zijn hoe zwaar woorden kunnen wegen. Een enkele misser (‘functie elders’) kan een kabinetscrisis tot gevolg hebben.

Na het vele dubben gaat de brief in een envelop, die de spreker in de brievenbus laat landen. Het is, net als de dood, een onomkeerbaar moment, de woorden zijn vanaf dat moment buiten bereik, niets kan dan nog hersteld worden. En net zoals een stoffelijk (menselijk!) overschot lichaam volgens MacDougall lichter zou worden als op het moment van sterven de ziel het lichaam verlaat, geldt ook voor de woorden in de brief dat ze ‘veranderen’ van gewicht. 

De spreker laat in het midden of de woorden lichter worden (het gevoel van opluchting dat de keuzes nu uit je handen zijn, en het lot nu maar moet bepalen wat ervan zal worden), of juist zwaarder door de onherroepelijkheid ervan. 

De inkt van het gedicht 21 gram weegt zo’n 0,2 gram – met vulpen geschreven en uiteraard afhankelijk van nogal wat factoren zoals de lettergrootte, de breedte van de penpunt en de papiersoort. Maar wat zou de ziel van het gedicht wegen? In de (klassieke) fysica geldt de wet van behoud van massa, maar de ziel van een gedicht verandert voortdurend. Tijdens het schrijven, maar ook daarna nog, als het af is: meer dan al het andere wordt het gedichtsgewicht bepaald door degene die het leest. 

Plaats een reactie